Programma's

Financiën

Wat gaan we doen en wat gaat het kosten in 2021?
 
Algemeen

Gemeentefonds

Algemene uitkering

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Inkomsten van het Rijk die gemeente vrij en naar eigen inzicht mag besteden

0

1.425.594

-1.425.594

Het bedrag dat Den Haag uit het gemeentefonds ontvangt, verandert elk jaar. De oorzaken daarvan zijn:

 1. Accres
De algemene uitkering groeit of krimpt volgens het principe ‘trap op, trap af’ mee met de uitgaven van het Rijk. Zo krijgen de gemeenten impliciet compensatie voor inflatie en voor de groei van de bevolking en delen ze evenredig mee in bezuinigingen of extra bestedingen van het Rijk. Daarnaast legt het Rijk een ‘opschalingskorting’ op. Dit alles vertaalt de gemeente Den Haag in de begroting in één groeicijfer, het zogeheten accres.
Vanwege corona geldt 'trap op, trap af' echter niet voor 2020 en 2021. In plaats daarvan krijgen de gemeenten het accres wat ze zouden ontvangen volgens de Voorjaarsnota 2020 van het Rijk. Dat accres is vastgezet, en wordt niet meer verlaagd als het Rijk minder uitgeeft dan begroot. Deze vastgezette accressen zijn verwerkt in de begroting.
Het accres voor 2022 en verder hangt af van het nieuwe kabinet. De raming van de gemeente gaat voor 2022 uit van de stand van de meicirculaire 2020, en is voor de jaren daarna 2%.

2. Herverdeling
Het bedrag dat de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds kan ook wijzigen door een herverdeling tussen de gemeenten. Per 2022 is het Rijk voornemens een omvangrijke herverdeling door te voeren. Deze is nog niet in de meerjarenbegroting verwerkt omdat de financiële implicaties voor Den Haag ongewis zijn. De eerste resultaten van het onderzoek naar deze herverdeling zijn door het Rijk niet geaccepteerd. Een deel van het onderzoek wordt daarom opnieuw uitgevoerd. Naar verwachting geeft het Rijk in het najaar van 2020 duidelijkheid over de herverdeling volgens de cijfers van 2017. In december 2020 wil het Rijk dat geactualiseerd hebben naar 2020/2021, daarna vindt besluitvorming plaats.

3. Taakmutaties
Het bedrag dat de gemeente ontvangt kan ook veranderen door compensaties voor gewijzigde taken en/of vanwege wijzigingen van de bekostigingsmethode van bestaande taken. Hiervoor volgt de gemeente in beginsel de circulaires van het Rijk.

Treasury

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Financiering mogelijk maken tegen minimale kosten en risico's. Het bezit van aandelen in deelnemingen levert dividend op voor de gemeente

34.903

80.088

-45.185

Projectfinanciering Treasury Bouwgrondexploitaties

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Toegerekende rente lasten en baten van verstrekte geldleningen

3.624

3.687

-63

Projectfinanciering Treasury Volksgezondheid

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Toegerekende rente lasten en baten van verstrekte geldleningen

248

281

-33

De gemeente heeft de financiering van leningen centraal geregeld. Voor de financiering van de investeringen in de stad worden langlopende en kortlopende leningen aangetrokken. In dit programma worden de rentelasten verantwoord. 

Medio 2020 werd voor 2022 een stijging van de lange rente verwacht. Daarom heeft het college in juni 2020 (RIS305846) vier langlopende leningen voor de toekomst afgesloten (zogeheten forwards) voor totaal € 650 mln. Door het vroegtijdig afsluiten van deze forwards wordt geprofiteerd van het lage actuele renteniveau en wordt voorkomen dat in 2021 en verder tegen een hogere rente moet worden geleend op het moment van de uitgaven.

De gemeente hanteert de systematiek van omslagrente. Het huidige tarief bedraagt 1,5 % en geldt sinds de begroting 2019.

In de paragraaf financiering staat een uitgebreide toelichting over de kortlopende en langlopende financiering.

Beleggingen en Nutsbedrijven
De gemeente is aandeelhouder in verschillende vennootschappen waarbij sprake is van een publiek belang. Onderdeel van dit programma is het beheer van het aandeelhouderschap in deze deelnemingen. Dit beheer richt zich onder meer op toezichthouden op goed bestuur en financiële degelijkheid, op het behoud van de waarde en deels ook op het genereren van rendement van het (gemeentelijk) kapitaal.
De gemeente is aandeelhouder in BNG, Dunea, HMS, HTM Beheer, Stadsherstel Den Haag en omgeving, Stedin en United Fish Auctions (UFA). In het geval van BNG, HMS, HTM, Stadsherstel en Stedin is er sprake van geraamde dividendinkomsten. Deze ramingen zijn in verband met de coronacrisis en conform de Voorjaarsnota 2020 (RIS305404) naar beneden bijgesteld ten opzichte van voorgaande jaren. Bij Dunea en UFA wordt geen dividend geraamd. Voor 2021 is in totaal € 6,9 mln. aan dividend geraamd. In de paragraaf verbonden partijen staat een uitgebreide toelichting per deelneming.

Duurzaamheid
Met betrekking tot duurzaamheid binnen het programma Financiën zijn de beleggingen in obligaties (van voormalig Fonds Uiver) relevant. De obligaties worden de komende 12 jaar afgelost aan de gemeente en vloeien terug naar de lopende middelen. Het (her)beleggen van overtollige middelen is conform de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) niet meer toegestaan voor lagere overheden. De obligaties worden in opdracht van de gemeente beheerd door ASR. Er wordt door ASR gescreend op basis van het SRI-beleid (Socially Responsible Investment), zoals sociale- en milieuaspecten. Landen en ondernemingen die niet hieraan voldoen worden uitgesloten. Dit betreft bijvoorbeeld producenten van controversiële of offensieve wapens, nucleaire energie, tabak en de gokindustrie. Ook eist ASR dat bedrijven voldoen aan internationale conventies op het gebied van mensen- en arbeidsrechten. Met de bedrijven waarin wordt belegd (en die dus voldoen aan de criteria) wordt dialoog gevoerd om bepaalde aspecten nog verder te verbeteren. ASR communiceert de resultaten van deze inspanningen.

Belastingen

De gemeente int algemene belastingen en heffingen. Deze worden hieronder per soort op hoofdlijnen nader toegelicht. In de paragraaf lokale heffingen staat een uitgebreide toelichting.

 Onroerende zaakbelasting woningen

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten en baten OZB

3.067

40.857

-37.790

Onroerende zaakbelasting niet-woningen

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten en baten OZB

1.812

68.425

-66.613

Onroerendzaakbelasting

De grootste gemeentelijke belasting is de onroerendezaakbelasting (OZB). Jaarlijks betalen de Haagse
woningeigenaren gezamenlijk € 40,1 mln. OZB aan de gemeente (€ 40,2 mln. -/- € 0,1 mln. oninbaar) en de overige (perceptie-)baten bedragen € 0,7 mln.. De perceptielasten bedragen totaal € 3 mln. Per saldo is de opbrengst € 37,8 mln.. Eigenaren en gebruikers van bedrijfsgebouwen en -terreinen betalen gezamenlijk per saldo € 68,1 mln. (€ 68,4 mln. -/- € 0,3 mln. oninbaar). De perceptielasten bedragen € 1,5 mln.. Per saldo is de opbrengst € 66,6 mln..

De OZB-opbrengsten nemen alleen toe als gevolg van inflatie en als gevolg van de groeiende
stad. In het budgettair kader is meerjarig rekening gehouden met deze ontwikkelingen en zijn de
opbrengsten meerjarig oplopend bijgesteld. Haagse amateursportverenigingen en startende ondernemers
worden voor de OZB-lasten gecompenseerd. De compensatieregelingen hebben een looptijd van vier jaar
(gekoppeld aan de collegeperiode) en lopen tot en met 2022.

Toeristenbelasting

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten en baten Toeristenbelasting

142

10.555

-10.413

Toeristenbelasting
De tarieven voor toeristenbelasting zijn bij het coalitieakkoord 2019-2022 gefixeerd voor de periode tot en met 2022. Daarom wordt voor 2021 geen inflatie toegepast op toeristenbelasting. Door de coronacrisis is het toeristisch en zakelijk bezoek aan de stad sterk afgenomen. Voor 2021 wordt voorzien dat het aantal toeristen, conferenties en evenementen nog niet op het oude niveau is. Daarom is voor 2021 een afname van inkomsten met € 3 mln. (bandbreedte: € 2 tot € 4 mln.) geraamd. Dit is een verbetering ten opzichte van de situatie in 2020, maar gaat uit van circa 25% minder overnachtingen in de stad dan voor de coronacrisis.
 

Belastingen overig

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten en baten Belastingen overig

560

18.744

-18.184

Precariobelasting
Voor het innemen van een ligplaats met een woon-of bedrijfschip heft de gemeente precariobelasting.
Daarnaast heft de gemeente ook ondergrondse precariobelasting die echter wettelijk is afgeschaft. Er
geldt een overgangstermijn tot 2022, waarbij de gemeente maximaal het tarief van 2016 mag heffen. De
gemeente maakt gebruik van deze mogelijkheid. De afschaffing van de precariobelasting is met ingang van

het jaar 2022 structureel in de begroting verwerkt.

Hondenbelasting

In het coalitieakkoord 2019-2022 is besloten ook na 2020 de hondenbelasting te heffen. Het financiële effect hiervan is in de meerjarenbegroting verwerkt. De tarieven hondenbelasting worden in 2021 conform staand beleid geïndexeerd.

Erfpacht

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Beheer erfpachtrechten inclusief verkoop bloot eigendom en het vehikel voor financiële administratie van langdurig afgekochte erfpachtrechten.

9.151

21.940

-12.790

Erfpacht (Rente Fonds Canons Ineens)

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Om te waarborgen dat de nominale canons kunnen worden uitgenomen is een jaarlijkse bijstorting nodig. Over het fonds wordt rente betaald.

2.535

0

2.535

Erfpacht
De gemeente Den Haag heeft 75.979 rechten van erfpacht in beheer. Minder dan de helft van deze rechten heeft een overeenkomst tegen canonbetaling en in de andere gevallen is de canonverplichting eeuwigdurend afgekocht. De gemeente Den Haag hanteert een gemengd stelsel van gronduitgifte, waarin erfpacht en eigendom naast elkaar kunnen bestaan. In het huidige economische klimaat is bij nieuwe uitgiften in erfpacht het betalen van canon aantrekkelijker dan het eeuwigdurend afkopen van de canonverplichting. De verwachting is dan ook dat het aantal rechten met canonbetaling zal toenemen.

Den Haag gaat door met het beleid van heruitgifte van aflopende rechten van erfpacht. In 2021 gaan we voorbereidende werkzaamheden uitvoeren voor de grote hoeveelheid aflopende erfpachtcontracten tussen 2025 en 2030. In 2023 en 2024 lopen 126 tijdelijke erfpachtcontracten af in voornamelijk Rustenburg en Oostbroek. De erfpachters van deze rechten ontvangen in 2021 een projectmatig aanbod tot heruitgifte in eeuwigdurende erfpacht.

In 2021 krijgen 4.008 eeuwigdurende rechten van erfpacht te maken met een herziening van de canon. Op dit moment betalen deze erfpachters 1,80% of 2,30% canon over de vastgestelde grondwaarde. Gezien de verwachting van een dalende rente zal dit canon percentage ook verder dalen en hebben de erfpachters na de canonherziening minder lasten. Ten slotte verwachten we in 2021 ongeveer negentig omzettingen van erfpacht naar vol eigendom, de zogenaamde verkoop bloot eigendom (VBE).

Trend en overige gemeentebrede reserveringen

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Loon en prijscompensatie, de gemeentebrede projectreserves en de reserves allocatie incidentele middelen.

96.369

92.609

3.760

Stijging lonen en prijzen
Jaarlijks past de gemeente de begroting aan voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen (trend). De gemeente volgt hierbij de verwachtingen van het Centraal Planbureau (CPB) voor het komende jaar. Achteraf vindt een nacalculatie plaats op basis van de actuele ontwikkeling van de trend. Het CPB heeft zijn meest recente verwachtingen voor de trendontwikkeling van 2021 voorgaand aan het uitbreken van de coronacrisis gepubliceerd. Het is duidelijk dat de crisis de verwachtingen beïnvloedt. Die verwachtingen zijn daarom niet meer goed bruikbaar. In afwachting van nieuwe cijfers van het CPB zijn de prognoses voor de prijs- en loonontwikkeling vooralsnog niet aangepast.

Prijsontwikkeling
De prognose voor de prijsontwikkeling blijft gehandhaafd op een jaarlijkse stijging met 1,5%.

Loonontwikkeling
In 2019 is een cao afgesloten voor 2019 en 2020. De effecten van deze cao zijn vorig jaar in de begroting verwerkt. Naast de kosten van lonen van werknemers, heeft de gemeente ook werkgeverslasten. Deze zijn met 0,14% gestegen met ingang van 2020. Dit effect is nu ook in de begroting verwerkt. Toekomstige loonontwikkelingen zijn voor dit moment niet in te schatten. Daarom is de verwachting van de loonontwikkeling gehandhaafd op het niveau van vorig jaar: 0,7% in 2021 en 1,5% per jaar in de jaren daarna.

Gemeentebrede reserves
Bij de gemeentebrede reserves gaat het om de reserves: ‘cofinanciering’, ‘internationaal & werving’, ‘ICT impuls’, ‘extra impuls voor betaalbaar wonen’, ‘verbeteren duurzame mobiliteit’, ‘duurzaamheid en energietransitie’, ‘verhogen kwaliteit in gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw’, ‘grote projecten’, ‘activafinanciering’, ‘allocatiereserves incidentele middelen’ en ‘buffer impact coronacrisis’.
Onderstaande tabel geeft het verloop van de overige gemeentebrede reserves.


 Ad 1 Reserve buffer impact coronacrisis
Om de eerste impact van de coronacrisis op te vangen, is een financiële buffer ingesteld voor incidentele en onafwendbare corona uitgaven die niet kunnen worden gedekt uit de reguliere programmagelden. De buffer wordt langs twee sporen gevuld. Allereerst een gemeentelijke bijdrage  van circa € 46,5 mln. en daarnaast rijksbijdragen. Het kabinet heeft kenbaar gemaakt dat gemeenten een reële vergoeding krijgen voor de gemaakte kosten en gederfde baten. Als we uitgaan van het Haagse aandeel in het gemeentefonds, dan ontvangt Den Haag naar schatting tenminste € 35 mln. voor de kosten tot 1 juni 2020.De gemeenten zijn nog in gesprek met het Rijk over een reële kostenvergoeding voor de periode na 1 juni. Ook die vergoeding zal aan de buffer worden toegevoegd. De rijksbijdragen zijn nog niet in de begroting opgenomen omdat de exacte toekenning voor Den Haag  nog niet bekend is.  Ook zijn de onttrekkingen aan de reserve nu nog niet begroot.

In het najaar van 2020 presenteert het college een najaarsnota. Hierin wordt een actueel beeld gegeven van de financiële impact van de coronacrisis, een geactualiseerd beeld van de rijksbijdragen en een geactualiseerde maatschappelijke impactanalyse. In samenhang hiermee wordt in 2020 een raadsvoorstel voorgelegd waarin toevoegingen aan de reserve (rijksbijdragen) en onttrekkingen ten laste van deze buffer zijn opgenomen. In hoofdstuk 1 van de begroting wordt dit proces nader toegelicht.

Ad 2 Eneco-middelen
In januari 2020 heeft de Haagse gemeenteraad ingestemd met de verkoop van de Eneco-aandelen (RIS304177). De verkoopopbrengst van de aandelenoverdracht aan het consortium van Mitsubishi Corporation en Chubu Electric Power Co. Inc. bedroeg € 673,7 mln.. Deze eenmalige middelen worden ingezet voor duurzame verbeteringen in de stad.
Hiervoor zijn de zogenaamde Eneco-middelen medio 2020 (met een tussentijdse begrotingswijziging) in vijf reserves ondergebracht, conform het raadsvoorstel 'Toekennen verkoopopbrengst Eneco' (RIS 305669). Het betreft de reserves:

  • reserve Extra impuls voor betaalbaar wonen
  • reserve ICT-Impuls
  • reserve Verbetering duurzame mobiliteit (mobiliteitstransitie)
  • reserve Duurzaamheid en energietransitie
  • reserve Verhogen kwaliteit in gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw.

De contouren van de beoogde besteding van de reserves worden opgenomen in de toelichting op de inhoudelijke programma’s. De inhoudelijke toelichting en verantwoording van de onderliggende projecten van deze Eneco-middelen staan bij de betrokken beleidsmatige programma's.  

Onderstaande tabel maakt inzichtelijk hoeveel middelen in welke reserve zijn gereserveerd en welke al zijn begroot om te onttrekken op basis van bestuurlijke besluitvorming tot medio 2020. Besluitvorming over projecten groter dan € 2,5 mln. worden expliciet aan de gemeenteraad voorgelegd. Na vaststelling van het project wordt de dekking uit de betreffende reserve beschikbaar gesteld. Het aantal vastgestelde projecten met dekking uit de Eneco-middelen is nog beperkt. Naar verwachting volgt meer besluitvorming over projecten in de tweede helft van 2020. Met een begrotingsbijstelling eind 2020 zullen aanvullende onttrekkingen aan de reserves worden voorgelegd. In hoofdstuk 1 van de begroting wordt dit proces nader toegelicht.

Ad 2.1 Reserve Extra impuls voor betaalbaar wonen
In het coalitieakkoord 2019-2022 is afgesproken om € 50 mln. van de verkoopopbrengst Eneco toe te delen aan 'Extra impuls voor betaalbaar wonen voor sociale woningbouw en starterswoningen'. Deze middelen zijn gedoteerd aan de reserve 'Extra impuls voor betaalbaar wonen'.

Ad 2.2 Reserve ICT Impuls
Uit de verkoopopbrengst van de Eneco-aandelen is €10 mln. gereserveerd voor de noodzakelijke ICT-Impuls, zoals afgesproken in het coalitieakkoord 2019-2022. Bij de programmabegroting 2020 is al een reserve ICT-Impuls gevormd ter hoogte van € 10 mln.. Aanvullend zijn de Eneco-middelen van € 10 mln. aan deze reserve toegevoegd (RIS 305669). In 2020 is € 18,4 mln. overgeheveld naar de reserve Activafinanciering voor incidentele dekking kapitaallasten van het Masterplan IT (RIS305017). Hiermee komt deze reserve per saldo op € 1,6 mln..

Ad 2.3 Reserve Verbetering duurzame mobiliteit
In het coalitieakkoord “samen voor de stad” is opgenomen dat € 33,3 mln. uit de verkoopopbrengst Eneco wordt aangewend voor de voorfinanciering van het incidenteel tekort op de begroting. Deze voorfinanciering is verrekend met het speerpunt Verbeteren duurzame Mobiliteit. Daar staat tegenover dat met ingang van 2023 dat de structurele compensatie van € 5 mln. voor deze voorfinanciering uit het coalitieakkoord ten gunste komt van het programma Mobiliteit. 

Mobiliteit in staat de voorgenomen investeringen, de afspraak  om een aantal van de bestaande investeringen uit Eneco te dekken, het staande beleid en de bij het coalitieakkoord afgesproken taakstelling van € 5 mln. structureel te realiseren.

Onderdeel van de uitwerking  is dat voor € 33 mln. aan bestaande investeringen aan Eneco wordt gekoppeld, zodat het totaal van het investeringsvolume weer op € 673 mln. komt. De dekking van deze gekoppelde investeringen vindt voor € 10 mln.  plaats via de structurele kapitaallasten in de begroting en komt daarom niet in de reserve tot uitdrukking.

Ad 2.4 Reserve Duurzaamheid en energietransitie
In het coalitieakkoord 2019-2022 is afgesproken om 30% van de verkoopopbrengst Eneco beschikbaar te stellen voor duurzaamheid en energietransitie. Hiervoor is € 184,1 mln. gedoteerd aan de reserve Duurzaamheid en energietransitie.

Binnen de middelen voor Duurzaamheid en energietransitie is conform het coalitieakkoord € 24 mln. gelabeld voor de projecten verduurzaming sportaccommodaties en verduurzaming openbare ruimte. De middelen voor verduurzaming van sportaccommodaties (€ 12 mln.) zijn in deze begroting overgeheveld naar het programma Sport en hier aan een nieuwe, separate reserve toegevoegd. Hiermee is er nog € 172,1 mln. beschikbaar binnen de reserve Duurzaamheid en energietransitie, inclusief de € 12 mln. voor verduurzaming openbare ruimte.

Ad 2.5 Reserve Verhogen kwaliteit in gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw
In het coalitieakkoord 2019-2022 is afgesproken om 20% van de verkoopopbrengst Eneco beschikbaar te stellen voor het speerpunt 'verhogen kwaliteit in gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw'. Hiertoe is € 122,7 mln. gedoteerd aan de reserve 'Verhogen kwaliteit in gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw'. Daarnaast is voor dit speerpunt een procentuele verdeling opgenomen in het coalitieakkoord. Dit resulteert in de volgende verdeling:

Tabel : Verdeling Gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw

Verdeling Gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw

x mln.

15%

De Kust Gezond

18,41

10%

Laan van NOI

12,27

15%

CS-Gebied

18,41

15%

HS-Gebied

18,41

15%

Binckhorst

18,41

30%

Den Haag Zuidwest

36,82

100%

Totaal

122,74

Voor de Kust Gezond wordt in 2020 € 5,5 mln. onttrokken ten behoeve van het voorontwerp ongelijkvloerse kruising Zwolsestraat/Gevers Deynootweg “Zicht op zee” (RIS305652).

Ad 3 Cofinanciering
Het Cofinancieringsfonds is een fonds om het gebruik van externe middelen te stimuleren voor nieuwe innovatieve projecten in de stad.

Ad 4 Internationaal & Werving
De gemeente heeft een reserve 'Internationaal & werving' voor het aantrekken en behouden van nationale en internationale instellingen en bedrijven.

Ad 5 Activafinanciering
In de reserve Activafinanciering zijn middelen opgenomen voor incidentele dekking van kapitaallasten van investeringen.

De gemeente moet op grond van het BBV investeringen op de balans activeren. Vervolgens moet de gemeente deze investeringen afschrijven over de periode dat de gemeente de investering gebruikt. Bij incidentele dekking stort de gemeente in het eerste jaar het hele investeringsbedrag in een reserve (Activareserve) en haalt vervolgens elk jaar een stukje uit deze reserve om de afschrijving te betalen.

Voorbeeld investering met incidenteel dekking:
Stel we hebben een investering van € 1 mln. met een afschrijftermijn 10 jaar. De activareserve bevat op dag 1 alle afschrijving voor het actief voor de volgende 10 jaar, namelijk € 1 mln. Ieder jaar (10 jaar lang) wordt € 0,1 mln. uit de reserve onttrokken voor dekking van de afschrijving.

Ad 6 Reserve Grote projecten
Den Haag heeft een reserve 'Grote projecten' voor het sparen voor toekomstige omvangrijke investeringen die een langere tijd beslaan. De onderstaande tabel laat zien hoeveel middelen bij welk groot project zijn gereserveerd en begroot om te onttrekken. Niet benutte middelen blijven in de reserve beschikbaar voor de onderliggende projecten. Projecten groter dan € 2,5 mln. worden expliciet aan de gemeenteraad voorgelegd. De inhoudelijke toelichting en verantwoording van de projecten vindt op de desbetreffende beleidsprogramma's plaats.

 Ad 6.1 Gebiedsontwikkeling en sociale woningbouw
Voor gebiedsontwikkeling en sociale woningbouw zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn vanuit de exploitatie toegevoegd aan de reserve 'Grote projecten'. Voor de Middenboulevard  wordt in 2020 € 8,0 mln. onttrokken (RIS303570) en is toegevoegd aan de reserve Activafinanciering voor de dekking van kapitaallasten. De raming van de inzet van de middelen vindt plaats na bestuurlijke besluitvorming. Het aantal vastgestelde projecten met dekking uit de reserve Grote Projecten is nog beperkt. Naar verwachting volgt meer besluitvorming over projecten in de tweede helft van 2020. Met een begrotingsbijstelling eind 2020 zullen aanvullende onttrekkingen aan de reserves worden voorgelegd.

Ad 6.2 Gebiedsontwikkeling Binckhorst & CID
De voordelen van het project Rotterdamsebaan worden voor een deel verrekend met de gebiedsontwikkelingen Binckhorst & CID.In het coalitieakkoord 2018 - 2022 is afgesproken dat de voordelen van het project Rotterdamsebaan voor een deel worden verrekend met de gebiedsontwikkelingen Binckhorst & CID. In 2020 is het budget van de Rotterdamsebaan naar beneden bijgesteld waardoor € 4,6 mln. beschikbaar is gesteld voor de gebiedsontwikkeling Binckhorst & CID. De raming van de inzet van de middelen vindt plaats na bestuurlijke besluitvorming. Het aantal vastgestelde projecten met dekking uit de reserve Grote Projecten is nog beperkt. Naar verwachting volgt meer besluitvorming over projecten in de tweede helft van 2020. Met een begrotingsbijstelling eind 2020 zullen aanvullende onttrekkingen aan de reserves worden voorgelegd.

Ad 6.3 Regiodeal Zuidwest
Om de leefbaarheid in Den Haag Zuidwest te vergroten investeren het Rijk en de gemeente Den Haag gezamenlijk in de Regio Deal Den Haag Zuidwest. Vanuit het Rijk is € 7,5 mln. beschikbaar gesteld en verantwoord in de reserve 'Grote projecten'.  Voor de inzet van deze middelen ten behoeve van de diverse projecten zullen met een begrotingsbijstelling eind 2020 onttrekkingen aan deze reserve worden voorgelegd.

Ad 6.4 Spuikwartier
Voor de bouw van het nieuwe onderwijs- en cultuurcomplex (OCC) in het Spuikwartier is een investeringskrediet beschikbaar gesteld. Bij oplevering van het gebouw in 2021 vindt de definitieve splitsing plaats tussen te activeren en niet te activeren kosten voor het gebouw en vindt eindafrekening plaats met beschikbaar gestelde middelen in de reserve 'Grote projecten'.

Ad 6.5 Realiseren duurzame en betaalbare warmte
Voor het ontwikkelingen van een groot aantal lokale duurzame bronnen, geothermie, warmte uit riolering en oppervlaktewater zijn incidentele middelen beschikbaar (zie kadernota Duurzaamheid, RIS301829). Deze middelen zijn toegevoegd aan de reserve 'Grote projecten'. In totaal is € 12,2 mln. geraamd voor de dekking van activiteiten.

Ad 7 Nieuwe reserve allocatie incidentele middelen begroting 2021 - 2024
Het budgettair kader bevat incidentele middelen. Deze middelen worden ingezet voor nieuw beleid. De uitvoering van het nieuwe beleid vindt regelmatig in een ander jaar plaats dan dat de middelen beschikbaar zijn. Om de beleidsuitvoering en de daarvoor beschikbare middelen met elkaar in evenwicht te brengen, wordt jaarlijks een reserve 'Incidentele middelen' ingesteld. Ook voor de meerjarenbegroting 2021-2024 is hiervoor een reserve 'Allocatie incidentele middelen (nieuw beleid)' gevormd.

In de onderstaande tabel treft u het meerjarig verloop van deze reserve aan.

(bedragen x €1.000,-)

2020

2021

2022

2023

2024

Budgettair kader

Voorjaarsnota 2020

6.615

25.994

450

1.450

Van incidenteel naar Structureel

-3.229

-9.084

Ruimte 

40.250

800

Intensiveringen

-49.254

-8.775

-1.925

Matchen Jaarschijven budgettair kader

-1.550

-3.860

608

1.208

305

Matchen jaarschijven via reserve Herfasering

7.500

-4.000

-3.000

-500

Technische correctie

-3

Gespecificeerd naar dotaties en onttrekkingen

Dotaties

54.365

26.794

1.058

2.658

305

Onttrekkingen

54.033

25.719

1.925

3.000

503

Saldo reserve

332

1.407

540

198

0

De dotatie van totaal € 80,7 mln. betreft hoofdzakelijk de vrijval uit de algemene reserve  (€ 25 mln.), vrijval reserve Grote Projecten m.b.t. Amare RIS304964 (€ 15,6 mln.), bijstelling raming accres algemene uitkering gemeentefonds (€ 33 mln.) en incidenteel beschikbare bespaarde rente (5,6 mln.).
Matchen jaarschijven via reserve Activafinanciering betreft voorfinanciering uit de activareserve.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de intensiveringen en matching jaarschijven die uit de reserve allocatie zijn onttrokken en verantwoord op de betreffende beleidsprogramma’s. Alle bedragen zijn verwerkt in de exploitatie.

(bedragen x €1.000,-)

Intensiveren en Matchen jaarschijven

Prog.

2020

2021

2022

2023

2024

Intensiveringen

Uitbreiden Rekenkamer

1

-300

-150

Co financiering lerarentekort

6

-650

Uitrol Haagsaanvalsplan vaccinatiebeleid

8

-500

Verzachtigingsgelden/aanzuigende werking Wmo

8

-1.500

-1.500

-1.500

Onderzoek ongelijksvloersekruising Scheveningen

12

-100

-100

Verkeersoverlast Scheveningen

12

-100

-100

Placemaking

13

-200

-200

Speelvoorzieningen

14

-225

-225

Toevoeging reserve Buffer Coronacrisis

15

-81.450

Rijkscompensatie Corona

15

35.000

Oplossen negatieve programmareserve College & Bestuur

15

-505

Vrijval programmareserve Cultuur & Bibliotheek

15

351

Tekorten bedrijfsvoering

Overhead

-6.000

Totaal Intensiveringen

-49.254

-8.775

-1.925

Matchen Jaarschijven budgettair kader

Voorjaarsnota

div.

-3.229

-9.084

-6.855

-5.955

-6.708

Van incidenteel naar Structureel

15

3.229

9.084

Financiële ontwikkelingen

15

11.931

11.931

11.931

Ruimte

15

-300

-300

-350

Intensiveringen

div.

-1.550

-3.860

-4.168

-4.468

-4.568

Totaal  Matchen Jaarschijven

-1.550

-3.860

608

1.208

305

Ad 8 Herfaseringen
Bij het plannen en realiseren van projecten is de gemeente afhankelijk van diverse factoren. In de praktijk kan blijken dat een project door deze factoren niet uitgevoerd kan worden in het jaar waarin dat oorspronkelijk begroot is, maar eerder of juist later. Voor de gemeente blijft het project belangrijk. In dat geval dient de uitvoering van het project en de bijbehorende financiële middelen opnieuw te worden begroot. Dit wordt herfaseren genoemd. Om de herfasering van de financiële middelen mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van een herfaseringsreserve. Deze herfaseringsreserve werkt als volgt:

Voorbeeld van de verwerking van een herfasering:
De gemeente heeft in 2021 lasten geraamd voor de uitvoering van een project. De uitvoering van dit project wordt met een jaar vertraagd naar 2022. In 2022 zijn geen lasten geraamd. Om de geraamde lasten in 2021 over te hevelen naar 2022 worden deze in 2021 verlaagd en toegevoegd aan de reserve Herfaseringen. In 2022 worden de lasten verhoogd en onttrokken uit de reserve. Deze reserve biedt de gemeenteraad inzicht in welke projecten later worden uitgevoerd en wat daar de financiële gevolgen van zijn.

De herfaseringen in de begroting 2021 – 2024 hebben geleid tot de volgende dotaties en onttrekking:

(bedragen x €1.000,-)

2020

2021

2022

2023

2024

Dotaties

10.874

9.086

1.860

3.687

1.357

Onttrekkingen

11.811

8.910

143

2.000

4.000

Saldo mutatie

937

-176

-1.717

-1.687

2.643

In de navolgende tabel worden de bovenstaande saldi toegelicht.

(bedragen x €1.000,-)

Onderwerpen

Prog.

2020

2021

2022

2023

2024

In stand houden Armoedevoorziening

7

-1.000

1.000

Reserve Werkoffensief +500

7

3.300

-2.600

-700

Toegankelijkheidsfonds OCW

8

-3.000

3.000

Haagse Loper

9

-250

250

Openbare ruimte om stadhuis

9

-190

190

Soestdijkseplein

9

17

18

Renovatie Binnenhof

11

-500

500

Badhuisstraat en Loosduinse Hoofdplein

11

-210

210

Congressen

11

-800

800

Parkeervoorzieningen Madestein

12

-275

275

Uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid

12

-600

475

125

Soestdijkseplein

12

-35

Amerikaanse ambassade

13

-514

514

Versterking zelfstandige buurthuizen en professionalisering welzijnswerk

14

-500

500

Groei met groei

15

1.011

1.693

-1.160

-687

-857

Matchen jaarschijven budgettair kader

15

7.500

-4.000

-3.000

-500

Goedzetten kapitaallasten in jaarschijven

15

-3.000

-3.000

2.000

4.000

937

-176

-1.717

-1.687

2.643

Algemene reserves

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

 Lasten en baten Algemene reserves

2.791

2.145

646

Overig

Kwijtschelding belastingen

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten kwijtschelding belastingen

150

0

150

Compensatieregeling startende ondernemers

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten compensatieregeling startende ondernemers

450

0

450

Kapitaallasten m.b.t. voorgenomen investeringen

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Kapitaallasten m.b.t. voorgenomen investeringen

21.359

0

21.359

Reclame-opbrengsten

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten en baten reclameopbrengsten

149

2.934

-2.785

Dienstverlening primair proces

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten en baten Dienstverlening primair proces

1.474

3.761

-2.287

Kosten accountant

Wat mag het kosten (€1.000)

Wat gaan we daarvoor doen?

Lasten

Baten

Saldo

Lasten en baten kosten accountant

2.420

641

1.779

Het programma Financiën bestaat ten slotte uit een aantal andere, kleinere activiteiten, zoals gemeentebrede onderzoeken, kwijtschelding en invorderingen belastingen, compensatieregeling startende ondernemers, programmareserves, uitvoering wet WOZ (waardering onroerende zaken), kapitaallasten, reclameopbrengsten en dienstverlening primair proces.

Ook zijn gemeenten verplicht om in de begroting een structurele post onvoorziene uitgaven op te nemen. Bij onvoorzien gaat het om onverwachte uitgaven of tegenvallers in het betreffende begrotingsjaar. De post onvoorzien biedt de flexibiliteit die nodig is voor een soepele uitvoering van de begroting. De post onvoorzien bedraagt, net als de afgelopen jaren, € 0,8 mln. en is in 2021 incidenteel ingezet ten behoeve van de coronacrisis.
 

Deze pagina is gebouwd op 06/10/2022 14:10:16 met de export van 09/08/2020 13:43:59