Home

Algemeen

Van voorjaarsnota 2020 naar programmabegroting 2021-2024

Voorjaarsnota 2020 en financiële impactanalyse

Met de voorjaarsnota is het budgettaire beeld, op de algemene begrotingsposten, voor de komende jaren op 4 juni 2020 aan de gemeenteraad aangeboden (RIS305404). Het budgettaire beeld is gebaseerd op de autonome begrotingsontwikkelingen. Het gaat hierbij om de ontwikkelingen die zich onafhankelijk van het te voeren gemeentebeleid voordoen op het gemeentefonds, belastingen, dividenden, rente, loon- en prijsontwikkeling alsmede de herijking van het weerstandsvermogen.

De voorjaarsnota 2020 schetst een negatief budgettair beeld. Wel is op incidentele dekking ruimte aangegeven. Dit hangt voor een groot deel samen met het landelijke accresakkoord waardoor de gemeentefondsuitkering voor 2020 en 2021 hoger is dan eerder begroot. Anderzijds is er een tekort op structurele dekking. Vanaf 2024 bedraagt het tekort jaarlijks zo’n € 6,7 mln.  Onderstaande tabel geeft het budgettaire beeld op de algemene posten samengevat:  

Voorjaarsnota

Incidenteel

Structureel

(bedragen * € 1.000)

2020-2024

2020

2021

2022

2023

2024

Budgettair beeld algemene posten

34.509

-3.229

-9.084

-6.855

-5.955

-6.708

Hiernaast zijn financiële effecten van de impactanalyse Coronacrisis inzichtelijk gemaakt en toegelicht bij de voorjaarsnota. Dit laat zien dat de gemeente hard wordt geraakt over de hele breedte van de begroting. Deze analyse geeft het volgende beeld:

Financiële impactanalyse bij voorjaarsnota

2020

2021

Bedragen in € mln.

Min.

Max.

Min.

Max

1. Onvermijdelijk, ten laste van gemeente

- 13,9

-19,7

-4,2

-7,9

2. Onvermijdelijk, maar met compensatie van het rijk

-56,9

-92,6

-26,5

-52,3

3. Op basis van gemeentelijk beleid, geen compensatie van het rijk

-1,8

-8,8

-8,0

-11,0

4. Op basis van gemeentelijk beleid, met compensatie van het rijk

-9,1

-9,8

-

-

Totaal

-81,6

-130,9

-38,7

-71,2

Effecten niet opgenomen in de voorjaarsnota (1)

-51,9

-94,2

-36,7

-64,2

1. De verwachte effecten van de coronacrisis zijn voor de algemene posten opgenomen in de voorjaarsnota: parkeerbaten, toeristenbelasting en dividenden verbonden partijen. Hierbij is de aanname gemaakt dat voor de eerste twee posten een even hoge rijksvergoeding beschikbaar komt als de afname van baten. In deze begroting maakt deze rijksvergoeding onderdeel uit van de coronabuffer en zijn dus nog niet op de programma’s verwerkt.

Deze effecten zoals gepresenteerd bij de voorjaarsnota zijn geen vaststaand feit, maar geven een vertrekpunt voor verdere analyse en financiële dekking naarmate de Coronacrisis zich verder ontvouwt. Het laat zien dat een rijksbijdrage onontbeerlijk is voor het oplossen van het tekort, samen met een omvangrijke gemeentelijke inzet. Naast de impact van de coronacrisis is in de voorjaarsnota ook notie gemaakt van tekorten op specifieke beleidsterreinen, met name omtrent de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdhulp, bijstandsverlening en de bedrijfsvoering.

Actualisatie budgettair beeld en treffen maatregelen voor begrotingsruimte

Na het verschijnen van de voorjaarsnota is het budgettaire beeld geactualiseerd op financiële ontwikkelingen en worden maatregelen getroffen om begrotingsruimte beschikbaar te maken. Dit wordt hieronder toegelicht. Hierbij is ook aandacht voor bijstellingen in het lopende jaar 2020, zo wordt een volledig en samenhangend beeld gegeven:

Actualisatie en maatregelen budgettair beeld 

Incidenteel

Structureel

(bedragen * € 1.000)

2020-2024

2020

2021

2022

2023

2024

Vertrekpunt: budgettair beeld voorjaarnota

34.509

-3.229

-9.084

-6.855

-5.955

-6.708

Actualisatie budgettair beeld:

1) Raming algemene uitkering gemeentefonds

0

0

0

12.000

12.000

12.000

2) Actualisatie vrijval kapitaallasten

0

0

0

-69

-69

-69

3) Structureel naar incidenteel 2020 en 2021

-12.313

3.229

9.084

Aanvullende maatregelen:

4a)   Geen aanvulling algemene reserve 

14.900

0

0

0

0

0

4b)    Onttrekking 50% algemene reserve

24.550

0

0

0

0

0

4c)    Toewijzing begrotingspost onvoorzien

1.600

4d)   Effecten verkoop rendabel vastgoed

-300

-300

-350

Budgettair beeld na actualisatie en maatregelen

63.246

0

0

4.776

5.676

4.873

Actualisatie budgettair beeld;

·       De voorjaarsnota is opgesteld voorafgaand aan de publicatie van de meicirculaire van de Rijksoverheid (1). Deze informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de uitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2020 en verder. De meicirculaire geeft aanleiding om de accresraming voor het jaar 2022 bij de stellen van 2% naar 3%. Hiermee wordt aangesloten op de inzichten uit de meicirculaire. De begrote uitkering van het gemeentefonds stijgt als gevolg hiervan structureel met € 12 mln. vanaf 2022. Voor de overige jaren is de Haagse raming in overeenstemming met de meicirculaire en heeft geen bijstelling gevonden.
·       De vrijval kapitaallasten is met € 0,069 mln. neerwaarts bijgesteld (2) na een nadere beoordeling hiervan. Een knelpunt op investeringsprojecten in Kijkduin wordt verrekend met voordelen op andere projecten binnen dat begrotingsprogramma. Hierdoor resteert minder netto vrijval op kapitaallasten.
·       Tenslotte heeft een technische bijstelling plaatsgevonden (3). Het tekort aan structurele middelen in 2020 en 2021 wordt gedekt uit het surplus op incidentele middelen in deze jaren. Dit is een technische bijstelling en leidt niet tot hogere of lagere dekking voor de gemeente.

Aanvullende maatregelen om financiële ruimte beschikbaar te maken;
Om voldoende dekking te krijgen om de financiële uitdagingen het hoofd te bieden wordt extra ruimte beschikbaar gemaakt door de algemene reserve en de post onvoorzien in te zetten, zodat de gemeente niet direct hoeft te bezuinigen.

De keuze om middelen uit de algemene reserve te onttrekken, heeft als keerzijde dat de vulling van de algemene reserve niet hoog genoeg is om alle (andere) gemeentebrede risico’s op te vangen. Daarom worden maatregelen getroffen om de reserve weer aan te vullen. Een belangrijke pijler hiervan is de verkoop van gemeentelijk vastgoed dat niet (langer) een beleidsdoel dient.
De getroffen maatregelen kennen de volgende budgettaire consequenties

·        Onderdeel van het budgettaire kader van de voorjaarsnota is het aanvullen van de algemene reserve met € 14,9 mln. Door deze aanvulling op dit moment niet te doen (4a) ontstaat ruimte om knelpunten in de begroting op te lossen.
·         Door de Coronacrisis wordt de gemeente geconfronteerd met extra incidentele uitgaven en afnemende baten. Dit geeft aanleiding de algemene reserve in te zetten (4b). Voorgesteld wordt om 50% van de huidige reserve hiervoor aan te wenden. Dit betekent een inzet van € 24,55 mln. Deze inzet valt onder het doel van de algemene reserve. De gemeente heeft een risico geïdentificeerd voor grote rampen en ongevallen, zoals de uitbraak van een epidemie.
·         Naast de incidentele middelen van de algemene reserve kent de gemeente als onderdeel van het weerstandsvermogen een post onvoorzien (4c). Jaarlijks is hiervoor in het programma Financiën € 0,8 mln. gereserveerd. Voorgesteld wordt deze post voor 2020 en 2021 in te zetten om tegenvallers van de Coronacrisis op te vangen.
·         De verkoopopbrengst van vastgoed leidt tot baten. Die zijn niet nog niet begroot. Rekening moet worden gehouden dat een deel van het te verkopen vastgoed een positieve jaarlijkse exploitatie kent. Vooruitlopend hierop wordt daarom € 0,3 mln. beschikbaar gesteld vanaf 2022, oplopend tot € 0,35 mln. vanaf 2024.

Knelpunten en noodzakelijke intensiveringen

In onderstaande tabel is het totaal van de knelpunten en noodzakelijke intensiveringen weergegeven.

Knelpunten en intensiveringen

Incidenteel

Structureel

(bedragen * € 1.000)

2020-2024

2020

2021

2022

2023

2024

Coronacrisis:

5a) Instellen buffer impact coronacrisis

-81.450

5b) Rijkscompensatie Corona

35.000

Bestuurlijk en ondersteunend:

6) Uitbreiden Rekenkamer

0

-100

-100

-100

-100

7) Aanvullende ondersteuning burgemeester

0

-100

-200

-200

-200

-200

8) Bestuursondersteuning

-450

9) Meldpunt bestuurlijke integriteit 

0

-50

-50

-50

-50

-50

10) Ambtelijke integriteit

0

-400

-300

-300

-300

-300

11) Oplossen negatieve programmareserve 2

-505

12) Tekorten bedrijfsvoering

-6.000

Fysiek domein:

13) Onderzoek ongelijksvloersekruising 

-200

14) Verkeersoverlast Scheveningen

-200

15) Wettelijke taken dierenwelzijn

0

-210

-210

-210

-210

16) Bestrijding duizendknoop en populierenkap

0

-400

-400

-400

-400

-400

17) Exploitatie en beheer fietsenstallingen

0

-700

-800

-1.100

-1.200

18) Placemaking

-400

19) Versterking Pandbrigade

0

-300

-400

-400

-400

20) Digitalisering omgevingswet

0

-600

-600

-600

-600

-600

Sociaal domein:

21) Vervanging uitleningensysteem bibliotheek

351

-108

-108

-108

22) Sociaal werkgeverschap

0

-600

-600

-600

-600

23) Uitrol Haags aanvalsplan vaccinatie

-500

24) Verbeterplan gecertificeerde instellingen

0

-300

-300

-300

-300

25) Verzachtigingsgelden/aanzuigende werking Wmo

-4.500

26) Speelvoorzieningen

-450

-100

-100

-100

-100

27) Cofinanciering lerarentekort

-650

Overige

28) Aanvullende afspraak bij mogelijke vrijval dekking Rotterdamsebaan

PM

29) Technisch: goedzetten jaarschijven

-3.289

1.550

3.860

-608

-1208

-305

Totaal knelpunten en intensiveringen

-63.243

0

0

-4.776

-5.676

-4.873

Coronacrisis

·         5: Om de eerste impact van de coronacrisis op te vangen, wordt een financiële buffer ingesteld voor incidentele en onafwendbare corona-uitgaven die niet kunnen worden gedekt vanuit de reguliere programmagelden. De buffer wordt langs twee sporen gevuld:

Allereerst met een gemeentelijke bijdrage van ca. € 46,5 mln. die hierbij in de begroting wordt opgenomen.  Ten tweede met rijksbijdragen. Het kabinet heeft kenbaar gemaakt dat gemeenten een reële vergoeding krijgen voor de gemaakte kosten/gederfde baten. Voor de periode tot 1 juni 2020 ontvangt de gemeente naar inschatting een bedrag in de orde grootte  van € 35 mln. Hiermee ontstaat een corona buffer van ongeveer € 81,5 mln. Daarnaast komt er  een rijksbijdrage voor de extra lasten tussen 1 juni en 31 december De exacte totale bijdrage voor Den Haag voor de periode is nog niet bekend. Duidelijkheid ontstaat na Prinsjesdag. De gemeente dringt, in samenwerking met G4 en VNG, aan op een reële tegemoetkoming door het Rijk.

In het najaar geeft het college een actueel beeld van de rijksbijdragen. Ook wordt dan de (gedeeltelijke) inzet van de buffer begroot. De actualisatie van de impact van de coronacrisis op de begroting volgt in het najaar als onderdeel van een najaarsnota. Deze extra informatievoorziening borgt dat de actuele inzichten van de effecten van de coronacrisis worden gedeeld en dat de begroting hierop wordt bijgesteld. Het proces van de najaarsnota wordt verderop in deze tekst toegelicht.

Bestuurlijk en ondersteunend:

·         6: Bij de begrotingsbehandeling 2020-2023 heeft de gemeenteraad de motie capaciteitsuitbreiding Rekenkamer (HSP12) aangenomen. Hierin wordt het college verzocht de te bezien of er extra financiële ruimte voor de Rekenkamer kan worden gevonden. Voorgesteld wordt om structureel € 0,1 mln. voor de capaciteitsuitbreiding van de Rekenkamer beschikbaar te stellen.
·         7: Ten behoeve van externe vertegenwoordiging wordt structurele aanvulling van de ondersteuning van de burgemeester met 2fte mogelijk gemaakt.
·         8: De bezetting van bestuursadviseurs per wethouder is 3fte, terwijl in de begroting rekening wordt gehouden met een bezetting van 2,5 fte. Om dit knelpunt op te lossen wordt ingezet op bijsturing en ook wordt incidenteel € 0,45 mln. toegekend.
·         9: In 2019 is een ‘Meldpunt bestuurlijke integriteit’ ingericht waar medewerkers en burgers melding kunnen doen van vermoeden(s) van integriteitsschendingen door bestuurders. De kosten bedragen € 0,05 mln. per jaar.
·         10: Ter versterking van de integriteitsorganisatie is het beleidsplan Vanzelfsprekend Integer vastgesteld. Mede gezien recente gebeurtenissen is een structurele versterking en een versnelde implementatie van het beleidsplan wenselijk. Daarvoor moet extra inzet (onder andere in de vorm van extra vast personeel) gepleegd worden. Hiervoor wordt in 2020 € 0,4 mln. en vanaf 2021 € 0,3 mln. structureel beschikbaar gesteld.
·         11: Voor het programma 2 – College en Bestuur is vanwege de negatieve programmareserve (€ -0,5 mln.) een herstelplan nodig om deze aan te vullen. De begroting van dit programma biedt geen tot weinig bijsturingsmogelijkheden omdat hier collegekosten, bestuursondersteuning en lidmaatschapsbijdragen aan MRDH en VNG worden begroot. Daarom wordt de aanvulling van de programmareserve ten laste van het budgettaire kader gebracht.
·         12: In 2019 zijn tekorten geconstateerd in de interne dienstverlening (bedrijfsvoering) aan de diensten van de gemeente. Door maatregelen op bijvoorbeeld inhuur- en personeelskosten is het tekort voor een deel ingelopen. Om herhaling en stapeling van problematiek te voorkomen is een oplossing nodig. Vanwege de financiële verwevenheid van de dienstverlening met de andere organisatieonderdelen, wordt € 6,0 mln. beschikbaar gesteld uit het budgettaire kader. Met deze inzet is het mogelijk een structurele oplossing van de problematiek van de grond te krijgen.

Fysiek domein:

·       13: Kruispunt Scheveningen-Teldersweg is onderdeel van de Noordwestelijke Hoofdroute. In samenhang met de ontwikkelingen van de Internationale Zone is een ongelijkvloerse kruising gewenst. Voor een verkenning naar de mogelijkheden hiervan wordt budget van ca. € 0,2 mln. beschikbaar gesteld.
·       14: Scheveningen ervaart een aanzienlijke verkeersoverlast, hierdoor is extra inzet van verkeersregelaars noodzakelijk. Hiervoor wordt € 0,2 mln. beschikbaar gesteld.
·       15: In 2017 zijn de wettelijke taken op het gebied van dierenwelzijn aanbesteed. Hieruit kwam een hoger bedrag dan het beschikbare budget. Door het beschikbaar stellen van structureel € 0,21 mln. is het budget voor uitvoering van deze wettelijke taak toereikend.
·       16: De impact van de Japanse Duizendknoop is ecologisch van toenemende omvang en geeft ook een risico voor bouwtechnische constructies. Daarnaast vraagt de kap en vervanging van kwetsbare populieren om extra middelen. Structureel wordt voor de genoemde opgaven € 0,4 mln. beschikbaar gesteld.
·       17: Het aantal fietsenstallingen dat moet worden beheerd neemt jaarlijks toe. Stallingen die onlangs zijn geopend gaan openen betreffen: Noordeinde, Denneweg, KJ-plein, Kijkduin, Amare en Holland Spoor. Hiermee wordt fietsgebruik gestimuleerd. Voor de meerkosten wordt structurele dekking beschikbaar gesteld, oplopend tot € 1,2 mln. vanaf 2024.
·       18: Placemaking helpt om tijdens de bouwactiviteiten in het HS Kwartier, het gebied rondom Laakpoort en rondom de Laan van NOI de gebieden aantrekkelijk en leefbaar te houden. Ook kan hiermee een start worden gemaakt met de positionering van de beide gebieden als College Campus en ICT/Security Campus.  Hiervoor wordt in totaal € 0,4 mln. beschikbaar gesteld.
·       19: Om de kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid en beschikbaarheid van de bestaande woningvoorraad op peil te kunnen houden, moet de capaciteit van de Haagse Pandbrigade uitgebreid worden. Hier wordt € 0,4 mln. structureel voor beschikbaar gesteld.
·       20: Door de invoering van de omgevingswet wordt de gemeente gekort op de uitkering van het gemeentefonds met jaarlijks € 0,8 mln. vanwege vermeende kostenbesparing. Ook vindt een korting plaats van € 0,6 mln. voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Deze kortingen kunnen niet door efficiency worden terugverdiend of bespaard door de gemeente. Ter compensatie wordt € 0,6 mln. beschikbaar gesteld binnen het budgettaire kader.

Sociaal domein

·       21: Het systeem waarmee de bibliotheek de uitleningen regelt is ernstig verouderd. Voor de noodzakelijke vervanging wordt een investeringskrediet van € 0,5 mln. beschikbaar gesteld. De investering wordt gecompenseerd door inzet van het beschikbare saldo van € 0,35 mln. in de programmareserve van Cultuur en Bibliotheken.
·       22: In het coalitieakkoord is benoemd dat de gemeente sociaal werkgeverschap uitbreidt, maar is geen aanvullende dekking beschikbaar gesteld. Hiervoor wordt € 0,6 mln. structureel toegekend.
·       23: In het coalitieakkoord is afgesproken het Aanvalsplan Vaccinatie verder uit te rollen. Dit om de vaccinatiegraad in Den Haag te verhogen. Bewustwording is daar een onderdeel van. De Coronacrisis maakt het eens te meer duidelijk dat gezondheid een belangrijk goed is. Hiervoor wordt € 0,5 mln. toegekend.
·       24: Op 8 november 2019 is een landelijk Inspectierapport uitgebracht over de jeugdbescherming in Nederland en kinderen die onvoldoende bescherming krijgen, zeker in situaties die snel ingrijpen vragen. Verbeterplannen zijn opgesteld. Met de uitvoering hiervan zijn extra middelen gemoeid. Vanaf 2021 wordt structureel € 0,3 mln. beschikbaar gesteld (en daarnaast wordt € 0,8 mln. aan de programmareserve onttrokken).
·       25: Bij de 8-maandsrapportage 2019 is een nadeel gemeld van € 1,8 mln. ten gevolge van de aanzuigende werking van het abonnementstarief. We zien dat het aantal afgegeven beschikkingen voor hulp bij het huishouden door de aanzuigende werking in het eerste kwartaal van 2020 is gestegen ten opzichte van 2019. Voor een structurele oplossing van dit vraagstuk zijn extra middelen van het Rijk noodzakelijk, zodat een realistische bekostiging ontstaat. Tot die tijd is het noodzakelijk de in het coalitieakkoord afgesproken verzachtingsgelden aan te vullen zodat er geen gaten in de noodzakelijke zorgverlening ontstaat. Daarom wordt voor de jaren 2020 tot en met 2022 jaarlijks € 1,5 mln. extra verzachtingsgelden beschikbaar gesteld.
·       26 : Voor de vervanging van bestaande speelvoorzieningen zodat deze goed en veilig te gebruiken zijn en het kunnen investeren in extra speelplekken voor kinderen en jongeren is aanvullende dekking benodigd. Hiervoor wordt incidenteel € 0,45 mln. beschikbaar gesteld en vanaf 2021 wordt het budget structureel met € 0,1 mln. verhoogd.
·       27: Het kabinet trekt de komende vier jaar 116 miljoen euro uit voor de uitvoering van de noodplannen van de grote steden, waar het lerarentekort het grootst is. Met dit geld kunnen de gemeenten en schoolbesturen maatregelen nemen om acute personeelstekorten op te vangen. Voor de Haagse  inbreng wordt een cofinancieringsbijdrage van € 0,65 mln. beschikbaar gesteld.

Overige:

  • 28: In september 2020 (na de aanbieding van deze ontwerpbegroting) vindt een actualisatie plaats van de risico’s bij de uitvoering van de Rotterdamsebaan. Dit project is bijna gereed en mogelijk kan een bedrag uit de risicovoorziening vrijvallen. Indien aanvullend op de bestaande systematiek vrijval beschikbaar komt, wordt deze ingezet op de volgende drie onderwerpen:
  1. Campus Den Haag Universiteit Leiden € 10 mln.
  2. Sporthal Loosduinen € 4 mln.
  3. Gebiedsaanpak complexe gebieden €4 mln.

Indien blijkt dat de vrijval lager is dan het totaal van de drie voorstellen, dan wordt de vrijval naar rato over de drie projecten verdeeld. Een eventueel resterend tekort op projecten campus en sporthal maakt dan onderdeel uit van de besluitvorming over REIS in een volgend begrotingsjaar.

  • 29: Tenslotte is een gebruikelijke technische bijstelling toegepast om de verschillen tussen de jaarschijven op te vangen. Hiermee worden de saldi in de jaarschijven goedgezet zodat de dekking per jaarschijf aansluit op de dekkingsbehoefte per jaarschijf. Het is per saldo een neutrale mutatie, de totale dekking wijzigt niet. Voor een toelichting op deze systematiek wordt verwezen naar het programma Financiën (onderdeel Reserve Allocatie incidentele middelen 2021 – 2024).

Sluitende meerjarenbegroting 2021-2024 en aandacht voor risico’s
De toegelichte stappen geven samengevat het volgende budgettaire beeld.

Van voorjaarsnota naar programmabegroting

Incidenteel

Structureel

(bedragen * € 1.000)

2020-2024

2020

2021

2022

2023

2024

Budgettaire beeld

Voorjaarsnota 2020

34.509

-3.229

-9.084

-6.855

-5.955

-6.708

Actualisatie budgettair beeld 

-12.313

3.229

9.084

11.931

11.931

11.931

Ruimte en maatregelen

41.050

0

0

-300

-300

-350

Beschikbare ruimte:

63.246

0

0

4.776

5.676

4.873

Inzet:

Inzet voor knelpunten en intensiveringen

-63.243

0

0

-4.776

-5.676

-4.873

Neutrale mutaties en afronding

-3

0

0

0

0

0

Meerjarenbegroting 2021-2024

0

0

0

0

0

0

Sluitende begroting
De verschillende onderdelen om tot een sluitende begroting te komen zijn in de voorgaande tekst toegelicht. Nog niet toegelicht is de rij “Neutrale mutaties”. Dit heeft betrekking op mutaties die voor de gemeente als geheel budgettair neutraal zijn. De budgettaire ruimte en inzet hiervan sluiten op elkaar aan, waarmee een meerjarig sluitende programmabegroting 2021-2024 (inclusief actualisatie op het lopende jaar 2020) met een eindsaldo van € 0 mln. wordt gepresenteerd.

Aandacht voor risico’s en omgang met risico’s
In de paragraaf weerstandsvermogen wordt stilgestaan bij de risico’s en uitdagingen waarmee de gemeente zich geconfronteerd ziet. Aanvullend hierop worden zes bepalende risico’s die de gemeente ziet toegelicht. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie (M.15/CU-SGP) uit de raadsvergadering van 30 juni 2020 om de grootste onzekere posten in de begroting nader te onderbouwen en inzichtelijk te maken.

1.        Coronacrisis: omvang en ontwikkeling directe effecten

De omvang van de directe effecten van de coronacrisis zijn nog niet bekend, we zitten er middenin. Daarom is in de financiële impactanalyse van juni jl. een bandbreedte gepresenteerd van de effecten van de crisis en wordt de impactanalyse in het najaar van 2020 geactualiseerd. Een voorbeeld van zo’n direct effect is de inrichting van de anderhalvemetersamenleving: in welke mate is dit nodig boven de huidige aanpassingen, hoe lang houden we een anderhalvemetersamenleving en welke rijksvergoeding wordt beschikbaar gesteld voor gemeentelijke kosten. Dit illustreert dat financiële gevolgen van zo veel factoren afhankelijk dat geen bruikbare inschatting is te geven. De gemeente treft daarom vooralsnog geen aanvullende financiële arrangementen voor het opgevangen van deze kosten, maar zet zo veel mogelijk in op een reële tegemoetkoming door het Rijk. Daarbij wordt opgemerkt dat de Minister van BZK in de Kamerbrief van 22 juni nadrukkelijk wijst op de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten.

2.       Coronacrisis in relatie tot de bijstand.

De Coronacrisis leidt tot een hoger beroep op de bijstand. De gemeente is hierdoor meer geld kwijt aan bijstandsverlening. Zonder aanvullende afspraken met het Rijk reageert het verdeelmodel voor de bijstandsverlening vertraagd op de conjunctuur. De extra bijstandslasten komen de eerste jaren dan grotendeels voor rekening van de gemeente. Daar komt bij de Den Haag al meer aan bijstand uitgeeft dan het van het Rijk aan vergoeding ontvangt. Bij een groter bijstandsvolume loopt dit gat sterker op. Het kan daarbij om aanzienlijke bedragen gaan; de financiële impactanalyse schetst een bandbreedte van € 10 tot € 20 mln. meer per jaar. Meer mensen in de bijstand heeft ook het gevolg dat de gemeente meer lasten moet maken voor re-integratiekosten en armoedebestrijding. De gemeente gaat er op basis van Kamerbrieven vanuit dat de rijksvergoeding rekening houdt met de actuele conjuncturele ontwikkelingen en dat de gemeente op grond daarvan een realistisch vergoeding ontvangt.

3.       Coronacrisis: omvang rijksvergoeding

Het Rijk heeft aangekondigd dat gemeenten een reële vergoeding krijgen voor de gevolgen van de Coronacrisis. Voor de periode tot 1 juni ontvangt de gemeente een bedrag van ca. € 35 mln. Concrete afspraken over de hoogte van deze vergoeding zijn nog niet gemaakt voor de periode vanaf 1 juni 2020. Onduidelijk is ook of het rijk alleen directe kosten vergoed, of dat vervolgschade daar ook onder valt en voor welke periode een rijksvergoeding wordt ontvangen. In dat kader lopen er verschillende trajecten richting het Rijk om de impact in onze stad, maar ook de andere steden kenbaar te maken. Zoals het manifest dat 15 burgemeesters overhandigden aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De verwachting is dat het Rijk een met een substantiële vergoeding voor de extra lasten vanwege corona komt.

4.       Coronacrisis: mogelijk structurele aanpassingen van de samenleving (met begrotingsgevolgen)

De uitgevoerde impactanalyses hebben zich tot vooral gericht op de periode 2020-2021. De ontwikkeling van de crisis voor de periode daarna is zeer onzeker. In een positief scenario herstelt de economie zich en normaliseert de samenleving zoals voor de crisis. In een slechtweerscenario kan de stad worden geconfronteerd met grootschalige structurele aanpassingen en veranderingen in de samenleving als gevolg van de doorwerking van de coronacrisis. Denk hierbij aan de indirecte gevolgen die een anderhalvemetersamenleving kan hebben voor de economie. Dit heeft ook begrotingsgevolgen. In financieel opzicht anticiperen wij daar nu niet op. In de begroting is opgenomen dat de inkomsten uit bijvoorbeeld parkeerbaten en toeristenbelasting op termijn weer teruggaan naar het oorspronkelijke niveau en dat ozb-baten niet afnemen.

5.       WMO en jeugdhulp

De gemeente ontvangt structureel te weinig geld van het Rijk om de wettelijke taken op het gebied van Wmo en Jeugdhulp uit te voeren. In het coalitieakkoord zijn daarom maatregelen afgesproken ter voorkoming van tekorten op deze beleidsterreinen. Het blijven echter grote open-einde-regelingen waarbij de gemeente aan de lat staat onverhoopte tekorten op te vangen. De gemeenten dringen er bij het Rijk op aan om te komen met een realistisch niveau van bekostiging voor deze wettelijke taken. Hierover zijn echter nog geen sluitende afspraken. Daar komt bij dat de gemeente op basis van een gerechtelijk uitspraak en naar aanleiding van nader onderzoek, genoodzaakt is hogere tarieven voor Jeugdhulp te vergoeden. Dit laatste leidt tot een structureel risico dat wordt ingeschat op ca. € 10,8 mln. per jaar.

6.       Op peil brengen weerstandsvermogen om tegenvallers te kunnen blijven opvangen

Bij deze begroting wordt voorgesteld om de algemene reserve gedeeltelijk in te zetten en uit deze middelen een buffer te vormen om directe en urgente gevolgen van de Coronacrisis op te kunnen vangen. De keerzijde van deze inzet is dat minder ruimte resteert in de algemene reserve voor resterende en toekomstige risico’s die kunnen optreden. De resterende omvang van € 24,5 mln. is op termijn niet voldoende om risico’s bij het huidige risicoprofiel op te vangen. Hiervoor is de algemene reserve € 72 mln. te laag. Daarom worden maatregelen getroffen om de algemene reserve weer op niveau te krijgen. Deze maatregelen betreffen de volgende:

  •  1. Gemeentelijk vastgoed dat niet (langer) een beleidsdoel dient wordt verkocht. Het verkoopresultaat wordt ten bate van de algemene reserve gebracht. De keuze rond het te verkopen vastgoed wordt uitgewerkt in het najaar van 2020.
  •  2. Toekomstige vrij te besteden bespaarde rente wordt aan de algemene reserve toegevoegd.
  •  3.Voordelige jaarrekeningresultaten komen ten bate van de algemene reserve (dit is staand beleid).
  • 4. Risicobeheersing. Als risico’s in omvang afnemen, neemt het gat tussen de benodigde en het beschikbare weerstandsvermogen af. De gemeente zet hier op in. Een voorbeeld is de inzet van Den Haag en andere gemeentes om de impact van de coronacrisis kenbaar te maken bij het Rijk, om een zo reel mogelijke vergoeding voor de geleden schade te verkrijgen.

De voortgang van deze maatregelen en de ontwikkeling van het risicoprofiel vormt onderdeel van de planning en controlcyclus waarover wordt gerapporteerd, zo wordt vinger aan de pols gehouden op de ontwikkelingen en zo nodig worden aanvullende maatregelen getroffen. In de gemeentelijke planning en controlcyclus wordt extra nadruk gelegd op de ontwikkeling van de Coronacrisis en de gevolgen hiervan voor de begrotingsuitvoering. Gezien de bijzondere omstandigheden wordt daarom aanvullend op de gewone producten een najaarsnota opgesteld.

Najaarsnota
De gemeente geeft met een najaarsnota een actueel beeld van de impact van de coronacrisis.
De nota geeft allereerst een actueel beeld van de financiële impact van de coronacrisis en de toereikendheid van de hiervoor beschikbaar gestelde middelen. Dit geeft aanleiding om in het najaar de begroting 2020 te actualiseren. De reserve buffer impact Coronacrisis wordt aangevuld op basis van de meest actuele stand van de rijksbijdragen en daarnaast kan de buffer worden ingezet voor die gevolgen die onvermijdelijk optreden en waarvoor geen dekking beschikbaar is binnen reguliere programmagelden.
Ook kijkt de najaarsnota vooruit. De gemeente stelt een sociaal-economisch herstelplan op waarbij, de negatieve effecten van de coronacrisis worden gedempt, maar ook een slag wordt gemaakt naar een toekomst waarin Den Haag sterker uit deze crisis komt. Hierbij is ook aandacht voor het door de raad gevraagde actieplan ‘‘investeringen versnellen en naar voren halen”. Door plannen versneld uit te voeren wordt immers het economische herstel van de stad bespoedigd.  

Verkoopopbrengst aandelen Eneco en inzet hiervan.
In 2020 is de verkoop van Eneco aan het consortium van Mitshubishi Corporation en Chubu Electric Power Co. Inc definitief rondgekomen. De gemeentelijke opbrengst is bij het raadsbesluit van 14 juli 2020 aan de begroting toegevoegd. Daarbij zijn de beschikbaar gekomen middelen ondergebracht in specifieke reserves in aansluiting op de doelstelling van de inzet van deze middelen, waaronder een reserve voor verbetering duurzame mobiliteit en een reserve voor duurzaamheid en energietransitie. Deze reserves zijn in de begroting zichtbaar onder programma financiën

Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen en uitwerken van de plannen die worden gedekt uit deze Enecogelden. Dit wordt op hoofdlijnen toegelicht in de betreffende beleidsprogramma’s.
De onttrekking van de reserves voor de projecten is slechts in geringe mate zichtbaar in deze begroting. Dit hangt samen met de spelregels voor de aanwending van de Eneco-middelen waarover de raad eind 2019 is geïnformeerd (RIS304225). Lopende het jaar kan het college projecten en investeringen aandragen aan de gemeenteraad, zij beslist over projecten groter dan € 2,5 mln. Nadat is besloten over de toewijzing aan en inzet voor specifieke projecten, wordt de gemeentelijke begroting hierop aangepast en is de onttrekking zichtbaar en volgbaar. Met deze wijze van begroting wordt beoogd de transparantie over de aanwending en verantwoording van de middelen voor de gemeenteraad de borgen.

Nog voor het eind van 2020 wordt een begrotingsactualisatie van de inzet van Enecomiddelen aan de raad voorgelegd. Met dit voorstel kunnen de middelen uit de reserve worden toegekend aan die projecten waarover college (projecten € < 2,5 mln.) en raad (€ > 2,5 mln.) nog in 2020 besluiten. Ook kunnen hierbij voorbereidingsbudgetten beschikbaar worden gesteld voor de verdere uitwerking van projecten die hiervoor worden aangedragen.

Overige  mutaties (neutraal)
 
Groei-met-groei
Met ingang van de Programmabegroting 2017-2020 werkt de gemeente met een financierings-systematiek, ‘groei met groei (gmg)’, waarmee de opbrengsten van de groei van de stad deels ten goede komen aan de investeringen die verdere groei van de stad accommoderen. In onderstaande tabel zijn de beschikbare middelen weergegeven.

Actualisatie gereserveerde middelen Groei-met-Groei

Incidenteel

Structureel

(bedragen * € 1.000)

2020-2024

2020

2021

2022

2023

2024

Groei-met-groei middelen cf. Voorjaarsnota 2020

7.536

1.401

1.401

1.329

1.329

1.329

Actualisatie vrijval kapitaallasten

0

0

-34

-34

-34

Vrijval van dekking van eerder toegewezen REIS-projecten

1.250

0

380

380

380

380

Technische match: herfasering/goedzetten jaarschijven

5.550

-1.001

-1.368

-1.262

-1.062

-857

Totaal ruimte en maatregelen

14.336

400

413

413

613

818

In de Voorjaarsnota 2020 is inzichtelijk gemaakt welke middelen voor Groei-met-groeit beschikbaar komen. Daarna hebben de volgende bijstellingen plaatsgevonden:

  •  De vrijval kapitaallasten is licht afgenomen. Dit komt doordat een knelpunt binnen de investeringsprojecten op Kijkduin wordt verrekend met onderschrijdingen op andere projecten binnen dit programma. De vrijval kapitaallasten neemt licht af.
  • Er is extra dekking beschikbaar gekomen doordat vrijval heeft plaatsgevonden op projecten die eerder van groei-met-groei dekking waren voorzien. Deze dekking komt daarom opnieuw beschikbaar. Dit betreft een voordeel van in totaal € 1,25 mln. op het eerder toegekende budget voor tijdelijk beheer openbare ruimte entree en fietsenstalling Kijkduin. Hiernaast kan € 0,38 mln. aan structurele kapitaallasten (voor een investering van € 3,3 mln.) opnieuw worden ingezet. Dit is in 2019 beschikbaar gesteld als voorbereidingskrediet voor mobiliteitsprojecten. Zo kon gestart worden met de voorbereiding van deze projecten voorafgaand aan de ontvangst van Enecomiddelen. Deze lasten kunnen inmiddels ten laste van de Enecomiddelen worden gebracht (de definitieve dekkingsbron voor deze projecten), hetgeen leidt tot heroverweegbare ruimte op de REIS-projecten.
  • Tenslotte vindt een technische match plaats (saldoneutraal) zodat de beschikbare dekking komt in de juiste jaarschijf.

Onderdeel van deze Programmabegroting 2021-2024 is de Ruimtelijk Economische Investeringsstrategie (REIS). REIS betreft een investeringsprogramma voor de korte en middellange termijn waarbij de schouw van ruimtelijk economische thema’s in samenhang leidt tot een presentatie van de Haagse investeringsbehoefte. De financiële consequenties van de financieringssystematiek groei met groei bieden dekking aan de Haagse investeringsbehoefte. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van REIS bij deze begroting. De inhoudelijke projecten zijn, daar waar relevant, toegelicht in de desbetreffende programma's.

Inzet Groei-met-Groei middelen voor REIS

Incidenteel

Structureel

(bedragen * € 1.000)

2020-2024

2020

2021

2022

2023

2024

Programma 9 - Buitenruimte

Beheerlasten overkluizing Grotiusplaats

205

Extra beheerlasten Plaats

13

13

13

13

Pleinenaanpak

400

400

400

400

400

Programma 10 - Sport

Sporthal Loosduinen (investeringskrediet € 5 mln.)

200

200

Programma 11 - Economie

The Hague Security Delta en Apollo 14

1.140

Programma 13 - Stadsontwikkeling

Overkluizing Grotiusplaats

3.600

KJ-plein afstemming bovenbouw met fietsenstalling

2.800

Eschermuseum

2.548

Herontwikkeling Twickelstraat

1.000

UFA Scheveningen Haven

921

Woningen voor zorgdoelgroepen: Steenwijklaan en C. van Zantenstraat

777

Openbare ruimte KJ-plein

600

Jonathanstraat

450

Programma 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening

Gebiedsaanpak ondermijning en veiligheid

500

Totaal projecten REIS (gedekt uit Groei-met-Groei middelen)

14.336

400

413

413

613

818

Actualisatie Meerjarig Investeringsplan 2020-2024
Bij de actualisatie van het budgettaire beeld heeft ook een nadere analyse op het Meerjarige Investeringsplan (MIP) plaatsgevonden. Toelichtingen op de ontwikkelingen op het investeringsprogramma komen aan bod in de verschillende beleidsprogramma’s besluitvorming over projecten. Hoofdlijn van de bijstellingen die plaatsvinden met het vaststellen van deze begroting (en niet voortvloeien uit al vastgestelde projectbesluiten) zijn de volgende: 

·         Op programma 5: Cultuur en Bibliotheek is een investering voor een nieuw uitleensysteem opgenomen van € 0,5 mln. Dekking is voorzien als onderdeel van de intensiveringen bij deze begroting.
·         Op programma 8: Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid is het investeringskrediet voor de locatie Schenkweg met € 1 mln. verhoogd. De extra kapitaallasten die hieruit voortvloeien kunnen worden gedekt uit de voordelen op de exploitatie van het vastgoed.
·         Op programma 9: Buitenruimte zijn de volgende ontwikkelingen relevant:

o    Voordelen zijn ontstaan doordat het project Renovatie Koningstunnel ruim binnen budget wordt afgerond (€ 4,4 mln. lager investeringsvolume). Hiernaast is voor de uitvoering van de projecten Openbare Ruimte Hobbemaplein en Morgenstond Midden (opgeteld € 1,82 mln. lager investeringsvolume) minder budget benodigd
o    Voor de investeringen op Kijkduin (fietsenstalling en entree) wordt € 3,85 mln. extra investeringsbudget vrijgemaakt. De projecten kampen met meerkosten als gevolg van de vertraging waarvoor tijdelijke maatregelen moeten worden getroffen en extra kosten voor ontwerp, vergunning en realisatie. Dekking is beschikbaar uit de voordelen op projecten binnen hetzelfde begrotingsprogramma.

·         Op programma 10 – Sport wordt € 5 mln. investeringskrediet beschikbaar gemaakt voor de Sporthal Loosduinen. Dekking hiervan komt uit de Groei-met-Groei middelen die elders in deze paragraaf zijn toegelicht.
·         Op programma 12 Verkeer zijn de volgende ontwikkelingen relevant:

o    Uit een uitgevoerde risicoanalyse voor het project Rotterdamsebaan bleek dat € 4,6 mln. aan risicodekking vrij kan vallen. Het projectbudget wordt hierop vrijgesteld. Deze vrijval wordt conform afspraken beschikbaar gemaakt voor de gebiedsontwikkelingen Binckhorst en CID.
o    Voor de Rotonde Duinstraat een extra investeringsbudget van € 0,7 mln. beschikbaar gesteld. De uitvoeringskosten zijn hoger dan het budget, dit komt door aanpassing van het verlichtingsontwerp, indexering en maatregelen tijdens de uitvoering. Dekking voor de meerkosten is beschikbaar uit de voordelen op de renovatie koningstunnel die gedeeltelijk met budgetten uit programma mobiliteit is gedekt.

Aandacht voor maatschappelijke voorzieningen in een groeiende stad
De groei van de stad en verandering van de samenleving leidt tot een hoger gebruik van maatschappelijke voorzieningen (Cultuur, Zorg, Sport, Onderwijs, Welzijn, Groen, Spelen). Nieuwe of te verdichten stukjes stad vragen een passend voorzieningenniveau om leefbaar te zijn en blijven. Den Haag blijft de komende jaren groeien en daarmee is het belangrijk te onderzoeken in welke mate dit leidt tot een vraag naar extra maatschappelijke voorzieningen naast het huidige aanbod. 

Voor de gebiedsontwikkelingen in Den Haag worden daarom maatschappelijke voorzieningenprogramma’s opgesteld en uitgewerkt. Per type voorziening en per gebiedsontwikkeling wordt onderzocht wat de investeringsbehoefte is en hoe deze kan worden bekostigd. Op te stellen referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen vormen een vertrekpunt voor het maatwerk per gebied. Daarin wordt het streven naar multifunctionele huisvesting en combinaties met de markt betrokken. Het doel hiervan is tweeledig. Hiermee borgen we allereerst dat er voldoende fysieke ruimte in de planvorming wordt gereserveerd. Daarnaast wordt vooraf inzichtelijk gemaakt welk investeringsniveau voor voorzieningen hiermee gemoeid is. Deze inzichten moeten worden betrokken bij de (uitwerking van) besluitvorming over de gebiedsontwikkelingen, zowel inhoudelijk (multifunctionele huisvesting en combinaties met de markt) als financieel. Investeringskeuzes voor extra voorzieningen worden meegenomen in de jaarlijkse begrotingsafwegingen. Hiermee borgen we dat voor de hele reikwijdte van de groei van de stad investeringskeuzes in beeld worden gebracht en tijdige sturing hierop plaatsvindt. 

Met de gemeentelijke areaalsystematiek vindt compensatie plaats voor onvermijdelijke kostenstijgingen als gevolg van de groei, zoals de noodzaak van extra stembureaus bij verkiezingen. Zodra de meeruitgaven expliciet een apart besluit van het gemeentebestuur vragen, zoals bij investeringen in voorzieningen, voorziet de areaalsystematiek niet. De afweging om de voorzieningen te realiseren en de dekking hiervan vormt een politiek-bestuurlijke keuze. Een keuze voor een nieuwe bibliotheek, zwembad of wijkcentrum vraagt immers een expliciete afweging over de specifieke investeringsbehoefte per gebied. 

Herfaseringen
In deze voorliggende programmabegroting zijn, zoals gebruikelijk, de begrotingsposten geactualiseerd. Gemeentebreed zijn deze mutaties neutraal. Binnen deze mutaties bevinden zich enkele noemenswaardige majeure herfaseringen tussen jaarschijven (incidenteel). Deze zijn in onderstaande tabel weergeven.    

Majeure herfaseringen (> € 0,75 mln.)

Jaarschijven

(bedragen x € 1.000)

Prog.

2020

2021

2022

2023

2024

In stand houden Armoedevoorziening

7

-1.000

1.000

Reserve Werkoffensief +500

7

3.300

-2.600

-700

Toegankelijkheidsfonds

8

-3.000

3.000

Congressen

11

-800

800

Groei met groei

15

1.011

1.693

-1.160

-687

-857

Matchen jaarschijven budgettair kader

15

7.500

-4.000

-3.000

-500

Goedzetten kapitaallasten in jaarschijven

15

-3.000

-3.000

2.000

4.000

Overig

div.

-3.074

2.931

143

0

0

Totaal

937

-176

-1.717

-1.687

2.643

Om de herfasering van de financiële middelen mogelijk te maken, wordt sinds de programmabegroting 2019-2022 gebruik gemaakt van een herfaseringsreserve. Deze reserve biedt de gemeenteraad inzicht in welke projecten later worden uitgevoerd en wat daar de financiële gevolgen van zijn. De uitgebreide specificatie van deze reserve is opgenomen bij het programma 15 – Financiën.

Aanvullen negatieve reserves
Zoals geadresseerd in de Voorjaarsnota 2020 hadden na verrekening van het jaarrekeningresultaat 2019 een vijftal programmareserves een negatieve stand. Het ging hierbij om de programmareserves 2 - College & Bestuur (€ -0,5 mln.), 3 – Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie (bijna nihil), 6 – Onderwijs (€ -3,0 mln.), 10 – Sport (€ -0,4 mln.) en 11 – Economie (€ -0,1 mln.). Ook was het saldo van de centrale bedrijfsvoeringsreserve € 11,6 mln. negatief.  Hiernaast kent de centrale bedrijfsvoeringsreserve een negatief saldo (-/- € 1,3 mln.). De inhoudelijke toelichtingen op de herstelplannen om de reserves weer neutraal te krijgen, zijn opgenomen in de bijlagen van het raadsvoorstel Programmabegroting 2021-2024.

Deze pagina is gebouwd op 09/08/2020 13:53:30 met de export van 09/08/2020 13:43:59